Nieuwe inzichten kun je vaak ook dichtbij vinden. Liza Luesink ken ik al jaren van het schoolplein en van ons werk dat veel raakvlakken heeft. Sinds kort zit haar bureau Duwtje (met een fijne koffiebar) bovendien bij mij om de hoek in Noorderhaven in Zutphen. Een mooie aanleiding om eens samen aan de koffie te gaan.
Liza is psycholoog en houdt zich met haar bureau bezig met gedragsverandering. Waarom doen mensen wat ze doen? Waarom komen ze soms wel in beweging en soms helemaal niet?
Vragen die verrassend dicht tegen mijn eigen vak aan liggen. Want ook bij participatie proberen we mensen te betrekken en in beweging te krijgen bij de ontwikkeling van hun eigen buurt, dorp of stad.
Participatie begint niet achter een bureau
Net als ik had Liza lang een flinke weerstand tegen het woord participatie. “Het klonk voor mij heel erg als een beleidsterm. Als een checkje, een vinkje: we moeten voor de vorm bewoners laten participeren.”
Dat beeld ziet ze langzaam veranderen. Gemeenten, woningcorporaties en andere organisaties proberen steeds vaker oprecht te begrijpen wat er bij mensen speelt. En daarmee komt participatie ineens heel dicht bij haar eigen vak.
“Ons werk is achterhalen wat mensen drijft en waarom ze bepaald gedrag vertonen. Dat kun je niet achter je bureau. Daarvoor moet je naar de plek waar het gebeurt. Ik zeg al jaren: ga van je bureau weg. Ga het vragen, ga kijken, ga ruiken.”
Wie beleid maakt voor een buurt, zou die buurt volgens Liza dus moeten kennen. Niet alleen van een kaart of rapport, maar door er rond te lopen en mensen te spreken. “Drink af en toe een kop koffie in het buurthuis van de flats waar je beleid voor maakt.”
Toch gebeurt in gebiedsontwikkeling vaak het tegenovergestelde. Eerst wordt er gerekend en getekend, technisch getoetst en intern afgestemd. Als het plan behoorlijk ver is uitgewerkt, komen de bewoners in beeld. Het zit vaak simpelweg ingebakken in de manier waarop organisaties al jaren werken.
Ook het gedrag van organisaties wordt gestuurd
Want achter de gemeente, woningcorporatie of ontwikkelaar zitten natuurlijk ook gewoon mensen.
“Ambtenaren vergeten soms dat ze zelf ook bewoners en mensen zijn”, zegt Liza. “Iedereen kijkt vanuit zijn eigen bubbel naar de wereld.”
En ook hun gedrag wordt beïnvloed door de omgeving waarin ze werken. Een beleidsmedewerker krijgt waardering voor een beleidsstuk dat op tijd klaar is. En niet wanneer hij een ochtend door een wijk wandelt en drie goede gesprekken met bewoners voert. Het systeem stuurt daarmee onbewust gedrag.
Misschien verklaart dat ook waarom participatie zo vaak pas laat in een proces wordt georganiseerd. Eerst moet het inhoudelijke werk af. Daarna gaan we ermee naar buiten. Waar een vinkje gezet wordt kan juist een vonkje ontstaan.

Waarom komen altijd dezelfde mensen?
Wie wel eens een bewonersavond bezoekt, herkent het waarschijnlijk: dezelfde gezichten, dezelfde kritische vragen en soms dezelfde schreeuwers.
Ook Liza ziet dat als een van de grote uitdagingen van participatie. “Het lukt bijna nooit om een mooie afspiegeling van mensen bij elkaar te krijgen. De usual suspects zijn er altijd.”
De stille (en vaak ook positieve) meerderheid hoor je veel minder. Misschien hebben die mensen geen tijd. Misschien interesseert het onderwerp ze op dat moment niet. Misschien vertrouwen ze erop dat gemeente of ontwikkelaar het goed regelt.
Daar zit volgens Liza een interessant inzicht:
We hoeven niet van iedereen te verwachten dat die altijd overal over mee wil praten.
Een omgevingsvisie voor 2040 is voor veel mensen abstract. Maar zodra diezelfde visie betekent dat het veldje achter hun huis bebouwd wordt, een weg verandert of er ergens ‘reuring’ komt, verandert hun betrokkenheid.
De afstand tot het eigen leven bepaalt voor een belangrijk deel of mensen in beweging komen.
Weerstand gaat lang niet altijd over het plan
Als een ontwikkeling nog ver weg en abstract is, gebeurt er vaak weinig. Mensen weten niet goed wat ze ervan moeten vinden en leunen achterover. Maar zodra het dichterbij komt, kan een heel andere vorm van weerstand ontstaan. Bijvoorbeeld wanneer mensen het gevoel krijgen dat iets voor hen wordt bepaald.
“Dan wordt hun autonomie aangetast. Mensen willen de argumenten soms niet eens meer horen. Ze zijn tegen omdat ze het gevoel hebben: de gemeente bepaalt dit voor mij.”
Dat betekent dat weerstand lang niet altijd over de inhoud van een plan gaat.
Daarnaast is er scepsis. Mensen die zich juist heel goed informeren, onderzoeken lezen, berekeningen controleren en met inhoudelijke tegenargumenten komen.
Twee bewoners kunnen dus allebei tegen hetzelfde plan zijn, maar om totaal verschillende redenen. En dan werkt één standaard participatieaanpak dus ook niet. En wordt het gedragsmatig interessant.
Vertrouwen komt vóór participatie
Daarmee komen we misschien bij de belangrijkste les uit het eerste deel van ons gesprek.
Voor goede participatie is meer nodig dan een uitnodiging voor een bewonersavond. In buurten waar bewoners zich jarenlang niet gehoord of gezien hebben gevoeld, kun je niet ineens binnenkomen met een nieuwe bijeenkomst en verwachten dat iedereen enthousiast aansluit.
“Daar moet je eerst bouwen aan vertrouwen. Oprecht contact maken, luisteren en vervolgens ook echt iets doen met wat mensen vertellen.”
Dat betekent niet dat bewoners altijd hun zin krijgen. Juist duidelijkheid over wat wel en niet kan, helpt volgens Liza om vertrouwen op te bouwen.
Want niets is zo funest als tijdens een bijeenkomst allerlei leuke ideeën ophalen terwijl je eigenlijk al weet dat er geen budget of ruimte is om er iets mee te doen.
Goede participatie vraagt dus niet om grenzeloosheid, maar om gelijkwaardigheid binnen heldere kaders.
Misschien begint participatie daarom niet bij de vraag: Hoe krijgen we mensen naar onze bijeenkomst?
Maar veel eerder:
Wat moeten wij doen om ervoor te zorgen dat mensen ons voldoende vertrouwen om mee te willen doen?
En als dat vertrouwen er eenmaal is, ontstaat een volgende interessante vraag. Hoe zorg je ervoor dat mensen niet alleen meedoen, maar ook enthousiast worden?
Hoe laat je de vonk overslaan?
Daarover gaat deel 2 van mijn gesprek met Liza.
Meer weten over gedrag, motivatie, weerstand en hoe dat werkt? Duwtje heeft er een mooie opleiding voor.






